Zandloper – 3 juli 2020

Om onze jongste wat steviger in zijn schoenen te laten staan. En op advies van zijn juffen is hij een aantal maanden wekelijks naar een logopediste gegaan. Want ook bij volwassenen is het zo dat communiceren zowel bevorderend als belemmerd kan werken. Als je niet goed uit je woorden kunt komen of niet goed verstaanbaar bent, nemen mensen niet je niet altijd serieus. Of nemen ze de tijd om werkelijk naar jou te luisteren.

Leuke logopediste

Maar de wekelijkse sessies waren geen straf voor onze kleine man, hij mocht er spelletjes spelen en kleuren en knippen. Allemaal onder toeziend oog en begeleiding van een enthousiaste logopediste. Onder andere het uitknippen, nieten en opvissen van plaatjes en die benoemen was een van zijn favorieten. Of het inkleuren van afbeeldingen en daar ondertussen een verhaaltje over vertellen. Memorie spelen met plaatjes waarop brood, boot, pret en pet stonden afgebeeld. Iedere sessie werd afgesloten met het spelen van een gezelschapsspelletje.

Laatste keer

Afgelopen week zijn we voor de laatste keer bij de logopediejuf geweest en na een praatje werd de spelletjeskast opengetrokken. Juf deed wat voorstellen maar onze jongste besloot om een spelletje te verzinnen. Hij bedacht een spelletje met een zandloper. Namelijk niet kijken naar de zandloper totdat al het zand naar beneden was gelopen. Eerst waren juf en onze jongste aan de beurt en mocht ik hen en de zandloper in de gaten houden. Het duurde langer dan ze hadden verwacht. En ook na de tweede keer hadden ze geen precies tijdsbesef en vroeg onze jongste: “Hoe lang nog mama? Is de tijd nog niet voorbij?”

Dat wilde ik ook wel ervaren en dat mocht gelukkig in de derde ronde. En inderdaad, voor mijn gevoel was de zandloper allang klaar. Maar het teken van onze jongste dat we mochten omdraaien kwam nog niet. Om de tijd wat de doden hebben juf en ik wat gekletst.

Zelfs in de vierde en laatste ronde toen ik had besloten in mijn hoofd 60 seconden te tellen had ik geen duidelijk tijdsbesef. Want hoe snel moest ik tellen? Ik werd er onrustig van. Wat me is opgevallen is dat naar mijn idee de derde ronde, dus toen we afleiding zochten, minder lang duurde dan de vierde ronde. Daarin wilde ik juist controle hebben over de tijd.

Onderweg naar huis dankte ik onze jongste stilletjes voor het onbewust gegeven cadeautje. Het inzicht dat de tijd loslaten en afleiding zoeken kan helpen. Om niet vast te raken in de wil om regie en controle te hebben. Geef het tijd…

Over doorzettingsvermogen en broederschap

‘Ben ik dat?!’, vraagt de jongste van bijna zes jaar nadat hij bij opa en oma een foto ziet van, zoals hij zelf zegt, al heel lang geleden. Meneertje was daar enkele weken oud en was net aan het bijkomen van zijn melkfles. We hebben nog meer foto’s en ook filmpjes gekeken van ‘lang geleden’ waarop ook zijn grotere broer van nu ruim acht jaar te zien is. ‘Hé, die baby ken ik, dat weet ik nog wel’, zegt de jongste als hij een filmpje ziet van de oudste. Waarop ik zeg dat dat niet kan omdat hij toen zelf nog niet was geboren. In ieder geval hebben beide jongens vol vermaak naar verschillende foto’s en filmpjes uit hun baby- en peutertijd gekeken.

In de auto op de weg terug naar huis is het een tijdje stil en ineens krijg ik een vraag van achteruit: ‘Mama, waarop kroop hij toen niet, maar rolde hij steeds naar de klok? Ik kon toen ik nog heel klein was gewoon kruipen toch mama?’ Onze jongste doelt op een filmpje waarin zijn oudere broer de leeftijd heeft waarop normaliter kinderen tijgeren en/of kruipen. De oudste was en is nog steeds gefixeerd op de tijd en op klokken. Bij mijn ouders thuis hangt een klok die ieder heel en half uur uitgebreid van zichzelf laat horen en toevallig sloeg de klok tijdens het filmen maar liefst twaalf keer. Onze oudste wist niet hoe snel hij zich moest voortbewegen in een soort van rollende en draaiende beweging richting de klok.

Steeds als ik dat filmpje zie moet ik denken aan het moment dat duidelijk werd dat de oudste onder andere behoorlijke motorische beperkingen aan zijn hersenbloeding heeft overgehouden. Het was aan het begin van een heftige periode vol onzekerheid over de mate van schade die het vele vocht in zijn hersenen zou hebben veroorzaakt. Inmiddels kan ik daar met gecontroleerde emoties naar terugkijken, al heeft het enkele jaren geduurd voor ik zover was.

Maar meer nog komt het trotse en opgeluchte gevoel naar boven omdat onze oudste gelukkig beschikt over een ontzettend doorzettingsvermogen en roeit, hoe jong dan ook, met de riemen die hij heeft. Het maakt niet uit op welke manier en hoe lang het duurt, hij komt daar waar hij wil zijn.

‘Ieder heeft een eigen manier om ergens te komen, jongen’, is mijn reactie op de vraag van de jongste. ‘En je broer had ook zijn manier om bij de klok te komen.’ ‘Tijgeren en kruipen kon hij toen nog niet, maar hij wilde steeds zo graag bij de klok kijken.’ Door het antwoord wat ik terugkrijg van de jongste val ik stil, opnieuw van trots maar ook van ontroering. ‘Dat komt door die computer in zijn hoofd die soms blijft hangen, hè mama?’ ‘Maar nu ben ik er en kan ik hem soms helpen, dus dat is wel fijn.’

Verbazing, opluchting, trots en blijdschap

“Dag mama, tot straks, fijne dag!” Alsof er helemaal geen twee maanden ‘thuisisolatie’ is geweest. Eten, aankleden, tanden poetsen, haren doen, zoals iedere ochtend. “Mama, waar is mijn zwemtas?” “Dat kan nog even niet maar gymmen mag wel, zelfs twee keer in de week.” “Mag niet van de corona, mama? Zwemmen? Oké.”

Niks verzet, onbegrip of verbazing, het is wat het is en daar doet meneertje het mee. Verbazing is er wel even bij mij, maar daar komt al snel opluchting, trots en blijdschap voor in de plaats. “Dag jongen, veel plezier op school, fijne dag!”