Memorabele cadeautjes – 25 april 2020

“Nog een kus en een knuffel en dan ga je slapen.”, zeg ik tegen onze oudste zoon van acht jaar als ik hem deze avond naar bed breng. “Mama, ik wil even met je praten”, is zijn reactie. En daar verrast hij me mee, want hij zit zo veilig maar soms ook zo vastgeroest in zijn structuren (o.a. bekend met een ontwikkelingsachterstand en autisme) en een gesprekje hoort niet bij zijn avondritueel. En sowieso door de dag heen is hij niet heel spraakzaam.

Bij de jongste van ruim vijf jaar is het daarentegen iedere avond afwachten met wat voor vragen of verhalen hij dan weer komt. “Mama, hoe kan een olifant water omhoog krijgen in zijn slurf?”, “papa, ik weet hoe zo’n struisvogel-vogel op één been kan blijven staan… of is dat toch een ander dier?”

De knuffelbehoefte tijdens het avondritueel hebben we alle vier en dat onderdeel zal ook nooit worden overgeslagen, evenals het boekje lezen bij papa en mama op bed. Wat er die dag ook is gebeurd, onze jongens gaan altijd met een dikke knuffel van zowel papa als mama slapen. Want je weet immers maar nooit…

De oudste kruipt wat omhoog onder zijn dekbed uit en gaat met zijn armen onder zijn hoofd op het kussen liggen. “Wat wil je me zeggen dan jongen?” En eerlijk waar, ik had geen idee wat het zou zijn wat hij me wilde vertellen.

De oudste is, nog meer dan de jongste, een heel gevoelig manneke en pikt alles snel op van zowel mijn man als mij, maar ook van zijn broertje. Onze frustraties over werk bijvoorbeeld of als zijn broertje ergens verdriet over heeft. De oudste voelt naar ons idee op dat moment letterlijk wat zijn broertje voelt, dat is zichtbaar aan zijn hele lijf. Daarnaast is hij heel complimenteus. Zo is mijn man bezig met het maken van een afdak in de tuin en dat heeft nogal wat voeten in aarde. Mijn man is zowat ieder mogelijk vrij moment bezig met klussen in en om het huis, dus onze jongens zijn het allang gewend om hun vader zo bezig te zien. Maar keer op keer krijgt mijn man een complimentje van onze oudste zoon: “Ik ben trots op jou papa!” Die woorden maar ook de blik in zijn ogen doen je smelten, het is zo gemeend, zo puur en dat voel je als hij zijn armen om je nek slaat.

Laat ik niet vergeten te zeggen dat de jongste ons minstens vijf keer per dag ineens bestormt, ons knuffelt en ons zowat fijnknijpt met zijn armen, voor zover een kleuter dat kan. Die kan er ook wat van en dat is heerlijk. Het zijn van die memorabele momentjes die je alle ellende even doen vergeten, onbetaalbare cadeautjes.

Er volgt een stilte van ongeveer vijf seconden en verschillende zinnen komen me op. Wat wil de oudste me zeggen? Ben ik iets vergeten, heb ik vandaag boos tegen hem gedaan, heeft hij ergens pijn, gaat hij ook vragen stellen over olifanten? En dan kijkt hij me aan met van die twinkelende ogen en lieve glimlach: “nou, dat ik van je hou mama.” En dan kruipt hij snel weer onder de dekens en laat mij enigszins verbaasd maar met duizend vlinders in mijn buik achter.