Wind – 1 augustus 2020

“Mama, welke kleur heeft de wind?”, vraagt de jongste in de auto onderweg naar de zwemles. “Je kan de wind wel zien, of eigenlijk ook niet, want ik zie wel dat de taken bewegen maar de wind zie ik niet. Heeft de wind dan wel een kleur?” Een moment waarvan ik er al zoveel met de jongste heb gehad. Hij is dan een tijdje stil en komt vervolgens met de mooiste opmerkingen of vragen. Meestal heb ik niet direct een antwoord klaar, maar ontstaan er de mooiste gesprekken. Wat hij daarmee voor elkaar krijgt is dat ik er ook over na ga denken.

De jongste gaat nog even verder: “Je kan de wind wel voelen, als ik buiten staat of als ik binnen voor de ventilator sta. Dus dan weet ik dat hij er is.” … “Maar als ik scheten laat kan ik ze horen en voelen hoor! Jij zegt altijd dat jongens scheten laten en meisjes laten windjes. Kan jij jouw windjes dan ook horen en voelen? En kan je die windjes zien?!” Met een olijke blik kijkt hij me vol verwachting aan. Ik schiet in de lach en daarmee ontkom ik eraan om op al zijn gestelde vragen een antwoord te geven.

Terwijl ik kijkend naar het scherm waarop onze zoon te zien is geniet van een koud drankje, merk ik dat mijn gedachten met me aan de wandel gaan. Het gesprek van eventjes daarvoor brengt me bij het lied uit de Disney-film Pocahontas: ‘Colors of the wind’. Ik zoek op mijn telefoon het nummer op en kom bij de volgende uitleg: ‘In het nummer probeert Pocahontas aan John Smith uit te leggen hoe zij denkt over de aarde en natuur, hoe alles volgens haar een geest heeft. Ze moedigt hem aan niet over de natuur te denken als dingen die hij kan veroveren of bezitten, maar als levendewezens die gerespecteerd moeten worden. Iedereen zou samen in harmonie moeten leven. Ook zegt ze hem te accepteren dat mensen verschillend zijn, en van andere culturen te leren.’

Als dat werkelijk de betekenis van het nummer is, raakt het me nog meer dan voorheen. Er zit een prachtige boodschap in waar velen van ons nog wat van kunnen leren.

Als we later die middag terug naar huis rijden ziet de jongste opnieuw de wind door de hoge bomen waaien. “Weet jij al welke kleur de lekker frisse wind is, mama? … Vandaag vind ik hem blauw en misschien morgen rood of paars of geel, dat weet ik nog niet, is zijn eigen antwoord op de vraag.” En daar had ik, zoals wel vaker, niets aan toe te voegen.